De pastoors hangen!

De titel van dit stukje zou aan het eind van een luguber verhaal kunnen staan. Gelukkig hebben we iets anders te melden. Als geloofsgemeenschap St. Willibrordus hebben we nu een (foto)galerij van alle pastoors die in Bodegraven werkzaam zijn geweest vanaf 1857. Een deel van de foto’s was al beschikbaar, en hiervan hoefden ‘alleen’ de lijsten gerestaureerd te worden. Andere foto’s zijn opgevraagd, alsnog gemaakt, of gevonden via internet. De galerij begint bij onze eerste 'vast benoemde' pastoor Willibrord van Heyningen en eindigt met onze huidige pastoor Dick van Klaveren.
De foto's zijn opgehangen in de pastorie, in het trappenhuis. Naast pastoor Van Heyningen hangt een tekening uit 1863 van onze kerk. Op die tekening is vermeld dat het de Sint Galluskerk is. Pastoor van Heyningen, de bouwpastoor van onze huidige kerk, had als voornaam Willibrordus en tot ongenoegen van de toenmalige bisschop heeft hij een naamverandering doorgevoerd! De in 1865 in gebruik genomen kerk heet vanaf toen 'Willibrorduskerk'.
Overzicht pastoors 1857 tot heden
Jaartalpastoor
1857 - 1871W.C.F. van Heyningen
1871 - 1891J.M. van de Ven
1891 - 1899H.W.J. van Hertum
1899 - 1911M.H.P.M. de Graaf
1911 - 1913J.B.A. Diekmann
1913 - 1932F.A. Keet
1932 - 1939A.W.J. Lühn
1939 - 1957W.P.J. Janus
1957 - 1969de Groot
1969 - 1975Vlaar
1975 - 2003C.A. Paardekooper
2003 - 2007Dr. A.J.M. van der Helm
2007 - hedenTh.A.H. van Klaveren

Het orgel

In de Sint Willibrorduskerk bevindt zich een instrument gebouwd door de 19e-eeuwse orgelmaker Michaël Maarschalkerweerd (1838 - 1915), een in zijn tijd zeer beroemd orgelbouwer, die onder meer ook het orgel van de Catharinakathedraal in Utrecht gebouwd heeft. Orgels van zijn hand bevinden zich ook in het Concertgebouw te Amsterdam, de Hartebrugkerk te Leiden en de Maria van Jessekerk te Delft. Het orgel in de Sint Willibrorduskerk is met zijn circa 1.500 pijpen, verdeeld over 27 oude en (in stijl bijgemaakte) nieuwe registers, het grootste van Bodegraven. Het orgel heeft een Frans-romantisch karakter.
Aanvankelijk stond het orgel in de Dominicuskerk te Alkmaar, waar het in 1897 werd opgeleverd. Na de afbraak van die kerk in 1982 verhuisde orgelmaker Adema-Schreurs te Amsterdam het instrument naar zijn huidige plek. Een verbouwing, ook van de waardevolle neogotische kas, was nodig om het geheel daar te laten passen.
De dispositie luidt als hieronder in de tabel, Voor de goede orde, de " aanduiding is het aantal voeten dat een pijp lang is. Dus "16 is 16 maal 30 is 4,80 meter.
HoofdwerkZwelwerkPedaal
Bourdon ‘16Viola ‘8Subbas ‘16
Prestant ‘8Vox Coelestis ‘8Fluit ‘8
Salicionaal ‘8Bourdon ‘8Gedekt ‘8
Fluit Harmonique ‘8Fluit Harmonique ‘4Fluit ‘4
Holpijp ‘8Piccolo ‘2Fagot ‘16
Octaaf ‘4Fagot-Hobo ‘8
Fluit ‘4Clarinet ‘8
Octaaf ‘2Vox Humana ‘8
Mixtuur IIITrompet Harmonique ‘8
Trompet ‘8Klaroen Harmonique ‘4